SUZANNE VAN SINTEN IS GROOM

'IK BEN PERSONAL ASSISTANT VAN PAARD ÉN TOPRUITER'

'IK HEB - BEHALVE VIER PAARDEN - M'N EIGEN HUISJE BIJ ME IN DE VRACHTWAGEN. MET TWEEPERSOONS BED, KEUKEN EN DOUCHE, HELEMAAL VOOR MEZELF'

Suzanne van Sinten (27) heeft een bijzonder leuke baan. Ze is groom voor de paarden van springruiter Annelies Vorsselmans, de partner van olympisch springruiter Jeroen Dubbeldam. Wat een groom is? Dat is iemand die vooral voor en na de wedstrijd het paard verzorgt en de ruiter assisteert.

We spreken Suzanne onderweg naar België, waar ze met truck met vier paarden naar onderweg is. ‘Zo’n twee á drie keer per maand hebben we een (internationaal) concours. Dan gaan er zo’n vier of vijf paarden mee en rijden we naar Duitsland, Frankrijk of België.’

Samen met drie collega-grooms verzorgt Suzanne de totaal 25 paarden op stal De Sjiem, in het Oosten van het land, vlakbij Enschede. ‘Wij doen de verzorging en alles er omheen, zodat de springruiters zich kunnen concentreren op de training en de beweging van de paarden. Onze stal heet De Sjiem, genoemd naar het toppaard "De Sjiem", waarmee mijn werkgever Jeroen Dubbeldam onder meer in 2000 de individuele gouden medaille op de Olympische Spelen won’, vertelt Suzanne.

NET LID

Suzanne is sinds begin november lid van de FNV: ‘Ik kwam via een Teamsvergadering in contact met bestuurder Ingrid Koppelman. Zij vertelde dat de FNV druk is met het afspreken van een cao voor medewerkers in de paardensport. Er zijn natuurlijk wel leden nodig om daar draagvlak voor te creëren, dus vandaar mijn lidmaatschap.’

BREDE OPLEIDING

‘Ik heb een heel leuke baan, waarvan veel mensen niet precies weten wat mijn werk inhoudt. Als ik dan uitleg dat dit eigenlijk werk is dat je niet kunt doen zonder opleiding, dan verbaast hen dat. Ik heb er de driejarige mbo-studie Horse & Leisure voor gevolgd. Op m’n diploma staat Paardenhouderij en -management. Het was een heel breed georiënteerde opleiding waarin ik geleerd heb over alle takken van de paardensport en -verzorging. Op school kregen we les in alles: van rijden tot verzorgen, van hoefsmid tot tandarts, voeding en fokkerij. Want dat houdt mijn werk dagelijks in: het totale managen en verzorgen van de paarden en het organiseren van de faciliteiten rondom een concours. Ik vergelijk mijn werk als groom wel eens met het werk van iemand in de zorg: we krijgen niet het aller meeste betaald, maar we doen dit werk omdat ons hart er ligt.’

STAGES

Na haar opleiding werkte Suzanne bij verschillende maneges en stallen, voordat ze bij Jeroen Dubbeldam kwam. ‘Maar ik begon op m’n zestiende al bij een stal in de buurt. Daar ben ik heel lang blijven werken, ook tijdens m’n opleiding. Toen ik in het laatste jaar veel stages moest lopen en bij de bereden politie terechtkwam, ben ik daar blijven werken als invalkracht. Daar verzorgde ik de paarden. Daarna ben ik bij Maikel van der Vleuten terechtgekomen, ook een "ruiter met een oranje jasje". Ruiters met een oranje jasje komen uit voor Nederland op een Nations Cup en het EK, WK en de Olympische Spelen.’

KANS

‘Na Maikel van Vleuten ben ik voor Leopold van Asten gaan werken. Ook een springstal met een oranje jasje. Daar heb ik anderhalf jaar gewerkt, waarna ik voor Jeroen Dubbeldam ging werken. Daar werk ik nu alweer bijna drie jaar. Toen ik die kans kreeg ben ik verhuisd van Veghel naar het Oosten van het land. Een heel mooie kans, want Jeroen is denk ik wel de bekendste springruiter van ons land. Samen met zijn partner Annelies Vorsselmans doen zij veel concoursen in België, Nederland en Duitsland. Annelies komt uit voor België.’

'WE KRIJGEN NIET HET ALLERMEESTE BETAALD, MAAR WE DOEN DIT WERK OMDAT ONS HART ER IN LIGT'
'ALS JE NORMAAL EN NUCHTER MET DE PAARDEN OMGAAT IS HET NIET SPANNEND EN VOELEN ZIJ OOK GEEN STRESS'

FIJNE WERKGEVER

‘Het is heel fijn om Jeroen als werkgever te hebben. Hij laat ons heel vrij in ons werk, zo lang het werk maar gedaan wordt. Ze zijn heel correct met regels, vakanties en vrije dagen. Het is allemaal heel goed geregeld, dat heb ik bij al m’n werkgevers wel gehad eigenlijk. Dat heeft, denk ik, ook te maken met dat dit soort stallen van topruiters bijna geen eigen paarden hebben. De paarden zijn vaak van buitenlandse gefortuneerde eigenaars. Zo hebben we nu bijvoorbeeld een paar paarden van Amerikaanse eigenaren. Die vinden het prachtig dat hun paarden het goed doen en daar betalen ze dan voor. Maar er staat ook een paard van een ex-ruiter die zelf altijd op hoog niveau heeft gesprongen en nu in paarden investeert en door ons op laat leiden. Je kunt het zo zien dat de eigenaars van de paarden stallingsgeld en trainingsgeld betalen en daarmee is het inkomen van onze werkgevers eigenlijk al gegarandeerd. En daarmee dat van ons ook. Bij kleinere ondernemers die wel heel veel eigen paarden hebben, is dat heel anders. Zij hebben het moeilijker met een vast inkomen voor zichzelf waarvan ze ook nog personeel moeten betalen. Dat is een heel ander constructie.’

PRIJZIGE PAARDEN

‘Ik rijd vandaag de vrachtwagen met paarden naar het springconcours in Lier in België. Dan ben ik van woensdag tot en met zondag onderweg. En dat zo’n twee, drie keer per maand. We vertrekken meestal op woensdag. Na aankomst op woensdag organiseer ik dan de stallen en vindt de "vetcheck" plaats. Dan gaan we met alle paarden langs de dierenarts en checkt de arts of de paarden ingeënt en gezond zijn en deel kunnen nemen aan het concours. Van donderdag tot en met zondag zijn er verschillende rubrieken. Dat zijn verschillende hoogtes (wedstrijden) en leeftijden van de paarden waarop gesprongen wordt. Zondag is de grote prijs. Die doe je met het beste paard dat je bij je hebt. Alle paarden mogen maximaal drie keer per concours starten. Zondag einde dag pak je alles weer in en rijd je weer naar huis.’

REGELMATIG IN DE TOP TIEN

‘Wij komen uit voor België, omdat Annelies Belgische is. In België zijn er meer goede ruiters dan in Nederland. De wedstrijden zijn onderverdeeld in sterren. Van een ster, dat zijn de amateurs, tot vijf sterren, de topruiters. Iedere ster is een beetje moeilijker en vijf is het niveau onder de Olympische Spelen. Wij mogen zo’n drie á vier keer per jaar een vijfsterren concours doen. Dat heeft te maken met ranking waarvoor je op ieder concours je punten haalt. Wij doen het best goed voor het niveau dat we met onze paarden aankunnen. We winnen niet per se ieder weekend, maar zitten regelmatig bij een rubriek in de top tien. Ook daarin komt onze fijne samenwerking tot uiting, dat resulteert in mooie resultaten en pieken op het moment dat dat nodig is.’

NIET HEEL SPANNEND

‘Ik ben nu met vier paarden onderweg, maar er kunnen er wel maximaal zeven mee. Maar dan wordt het wel krap met spullen, die ook mee moeten.’

Suzanne vindt het niet heel spannend om met de paarden - die soms heel veel geld kosten - op pad te gaan: ‘Het blijven paarden. Als je gaat doen alsof het porseleinen beelden zijn, juist dan gebeurt er wat. Als je er normaal en nuchter mee omgaat dan is er niks spannends aan, hebben zij ook geen stress en komt het goed.’

PERSONAL ASSISTANT

‘Bij het vak van groom komt veel meer kijken dan alleen het verzorgen van de paarden. Wij zijn ook verantwoordelijk voor het vervoer van de paarden naar het concours en weer terug en doen een stuk management. Verder zorgen we voor het eten, de dierenarts, hoefsmid, tandarts, echt de complete verzorging en tijdsindeling rondom concoursen. We zijn eigenlijk een personal assistant van paard en topruiter. De ruiter moet presteren en dat kost mentaal heel veel energie. Wij staan ook in nauw contact met de ruiter en voelen elkaar heel goed aan. Ik weet precies wat mijn ruiter nodig heeft. Annelies doet ook heel veel zelf, we werken echt samen om het voor ons allebei zo leuk mogelijk te hebben. Het is een intensief beroep, want je hebt altijd een begintijd, maar nooit een eindtijd. Maar dat is ook het leven waar je voor kiest. Het is een way of life en niet zomaar een baan. En je moet zelf best stressbestendig zijn.’

‘Ik rijd regelmatig op de paarden, want ik vind het heel leuk om te rijden. Het is niet zo dat ik ze train en de training die ze van de topruiters krijgen wordt er ook niet door beïnvloed,’ legt ze uit.

Op de hele manege staan op dit moment 25 paarden die door de vier grooms verzorgd worden. Dat is volgens Suzanne niet heel veel: ‘We kunnen ze allemaal voldoende individuele aandacht geven. Er zijn ook stallen waar je alleen staat op 25 paarden. Die kun je - hoe graag je dat ook wilt - niet de aandacht geven die je ze zou willen geven.’

VOOROORDEEL

Een vooroordeel dat veel mensen hebben ten opzichte van het werk van Suzanne, is dat ze denken dat ze bijna geen sociaal leven heeft. Suzanne: ‘Omdat we die concoursen afrijden, zijn we vijf dagen per week onderweg en spreken we niemand. Denkt men. Maar ik heb juist heel veel vrienden in m’n werk. Elke week zijn er drie- of vierhonderd ruiters die op zo’n concours komen. En zij hebben allemaal een groom bij zich. Zo leer ik heel veel vrienden kennen. Ik zie m’n vrienden zelfs vaker dan dat mijn zusje haar vriendinnen ziet. Wij zien elkaar van woensdag tot en met zondag. En ik heb ook gewoon m’n eigen huisje bij me in de vrachtwagen. Met tweepersoons bed, keuken en douche, helemaal voor mezelf.’

'IK HEB JUIST HEEL VEEL VRIENDEN IN M'N WERK. DIE ZIE IK ZELFS VAKER DAN DAT MIJN ZUSJE HAAR VRIENDINNEN ZIET'

FNV

‘Ik ben er eigenlijk nooit echt bewust van geweest dat de FNV er is. Maar realiseer me dat het goed is om lid te zijn. In onze tak is het best wel "ieder voor zich" en moet je het voor jezelf regelen. Er is geen cao en er zijn geen richtlijnen. Daar hebben we het eigenlijk ook nooit over. Maar ik denk dat als we een cao willen, het wel handig is als er veel mensen lid zijn van de FNV. Dan heb je slagkracht en dus leden nodig.’

CAO

‘Ik hoor weleens verhalen over maneges waarin verzorgers best wel uitgebuit worden. Dat moet eigenlijk niet kunnen. Al denk ik tegelijk ook: als een werkgever niet goed voor me is, zou ik er niet gaan werken. Je kunt ook ergens anders gaan werken en hoeft niet per se ergens te blijven... Het zou mooi zijn als er in bijvoorbeeld een cao afspraken gemaakt kunnen worden over arbeidsvoorwaarden in de paardensport. Met niet alleen verplichtingen voor werkgevers, maar ook voor werknemers. Want een cao kan ook een voordeel voor werkgevers zijn: het legt ook de verplichtingen vast die werknemers ten opzichte van hun werkgever hebben. Want omdat er best wel tekort is aan goede grooms, vragen zij soms heel hoge en niet reële tarieven. Een cao maakt voor beide partijen duidelijk hoe en wat, dat lijkt me goed.’

Deel deze pagina