INTERVIEW

Tanya Hughes (40) is procesoperator bij AVR Rotterdam

‘ALS IK MENSEN IETS VAN ZICH AF ZIE GOOIEN, ZEG IK ER WAT VAN!'

Tekst en beeld: De Schrijffabriek

De van origine Canadese Tanya Hughes (40) werkt sinds twee jaar op de controlekamer van Afvalverwerker AVR in het Rotterdamse Botlekgebied. Ze woont samen met man, dochter en stiefzoon in Rotterdam Charlois.

‘Ik heb vijf heel drukke jaren achter de rug,’ begint Tanya haar verhaal over hoe ze naar Nederland kwam. ‘Ik ben vijf jaar geleden uit Canada naar Nederland gekomen, ben getrouwd met mijn man, we hebben een huis gekocht dat we compleet gesloopt hebben en aan het renoveren zijn, we hebben een inmiddels zes maanden oud dochtertje Emilia, dus…’

SPEL

‘Het huis moet eigenlijk helemaal gerenoveerd worden. Van binnen keek je op de tweede verdieping door de dakpannen naar de lucht. Dus het is een enorme klus, alles moet vernieuwd worden. En ik ben de klusser in huis, niet m’n man. Mijn man is ict’er, hij is Nederlander. We hebben elkaar online leren kennen via het spel Grepolis, dat we samen speelden. We zaten in eenzelfde team. Het is een strategiespel met allerlei samenwerkingsverbanden met andere mensen in oorlogen en stedenbouw, dat zich afspeelt in het oude Griekenland. We waren in die tijd allebei getrouwd met iemand anders, maar onze relaties werden steeds slechter, terwijl wij elkaar online via het spel beter leerden kennen. Na een jaar of twee waren we allebei gescheiden en vonden we het tijd om elkaar maar eens te ontmoeten. Zo kwam van het één het ander en inmiddels zijn we dus getrouwd en ben ik vanuit British Columbia in Canada geëmigreerd naar Nederland.’

TAAL

‘Toen ik in Nederland ging wonen, was ik als Canadese niet verplicht om Nederlands te leren,’ vertelt Tanya. ‘Als je een visum wil, moet je slagen voor je basiscursus Nederlands, maar Canadezen hoeven de taal niet te leren. In het begin dacht ik dat me dat wel wat tijd zou besparen, maar al snel realiseerde ik me dat als ik verder met m’n carrière wilde, ik toch echt wel Nederlands zou moeten leren. Op een dag kwam ik bij de supermarkt. Daar vragen ze altijd of je nog een flessenbon hebt om in te leveren. Maar de kassadame zei het zó snel, dat ik geen idee had wat ze bedoelde. Daarop begon iemand anders in de rij zich ermee te bemoeien en die zei: ‘Al die buitenlanders, ze komen maar hier en spreken geen woord Nederlands.’ Dat was voor mij genoeg, dat vond ik niet leuk. Daarom heb ik zo snel mogelijk de taal geleerd en een baantje bij de McDonalds in Rotterdam Centrum genomen. Ik moest eruit, want als je thuis blijft, leer je niks. Je moet met zoveel mogelijk mensen praten.’

LERAAR BIJ AVR

‘Daar heb ik de basis geleerd. Maar ik heb het relatief makkelijk, met Engels als moedertaal. Mijn Syrische collega’s die geen woord Engels spreken, hebben het een stuk moeilijker. Gelukkig heeft AVR daar een leraar voor in dienst, die hen helpt met het Nederlands.’
Tanya is een jaar of twee geleden als procesoperator in dienst gekomen bij AVR. ‘Ik had absoluut geen probleem om een baan te vinden,’ vertelt ze. ‘Ik begrijp het niet als mensen hier zeggen dat ze geen baan kunnen vinden. Da’s absoluut niet waar. Met mijn ervaring in de stoomproductie was ik zo aan het werk. In Canada was ik steam engineer bij een energiecentrale.’

ROL OVERHEID

‘Alle energiecentrales in British Columbia in Canada zijn van de overheid,’ legt Tanya uit. ‘Er was overal geld voor want het was geen commercieel bedrijf. En omdat het van de overheid is, zijn zaken als veiligheidsregels en onderhoud enzo heel goed geregeld. Dat moet ook wel, maar er hoefde geen geld verdiend te worden. Als je naar commerciëlere bedrijven kijkt, dan zie je dat zaken soms ten koste van werknemers geld moeten opbrengen. Commercieel is altijd slechter.’

'MET MIJN ERVARING IN DE STOOMPRODUCTIE WAS IK ZO AAN HET WERK. IN CANADA WAS IK STEAM ENGINEER BIJ EEN ENERGIECENTRALE.’

‘In Vancouver staat ook een afvalcentrale. Maar de mening in Canada is: het bedrijf wordt al betaald doordat er afval ingezameld wordt. Dus er hoeft niet nog eens voor de brandstof betaald te worden. En er wordt al dubbel betaald, want de energie die vrijkomt uit de verbranding van het afval wordt ook nog eens verkocht. Het mes snijdt dus aan twee kanten.’

FAMILIE

Tanya heeft geen spijt dat ze nu in Nederland woont, maar wel mist ze haar familie: ‘Ik mis mijn moeder, zeker nu ik ook zelf een dochter heb. En m’n opa mag niet meer vliegen, dus hij komt niet naar Nederland. Gelukkig kunnen we regelmatig heen-en-weer en zie ik m’n ouders en zus best vaak. Met de geboorte van onze dochter, een half jaar geleden, waren ze hier en begin maart gaan wij voor drie weken die kant op.’

DUUR

Tanya vindt de balans tussen werk en leven in Nederland beter dan in Vancouver, waar ze vandaan komt: ‘Mijn moeder vertelde laatst dat een bloemkool inmiddels omgerekend bijna 8 euro kost! Het leven en wonen in Vancouver is ontzettend duur. Ik woonde op een gegeven moment 20 uur van Vancouver vandaan om geld te verdienen en gaf het in de stad in no time weer uit, omdat alles zo kostbaar is. En als je gewend bent om 20 uur te reizen in je eigen land, is Europa niet zo ver weg meer. Dan ben je sneller in Europa, dan dat je met de auto in het noorden van Canada bent.’

‘Ik wist niets van Nederland voordat ik hier kwam. Ik kende m’n man twee jaar. Maar ik heb het hier heel goed naar m’n zin! Samen met de zoon van mijn man uit zijn eerdere huwelijk en ons baby’tje Emilia zijn we heel verliefd en gelukkig. Het is echt een liefdesverhaal.’

AFVAL

Er werken in totaal, in onderhoud en proces, zo’n 800 mensen bij AVR. Samen zorgen zij ervoor dat jaarlijks miljoenen kilo’s afval worden verwerkt. ‘Daar wordt veel plastic nog uitgesorteerd,’ vertelt Tanya. ‘Dat wordt zoveel mogelijk gerecycled. Maar er wordt zo ongelooflijk veel plastic in Nederland gebruikt. In Canada hebben wij het idee dat alles in Europa beter is, maar op het gebied van plasticgebruik is dat helemaal niet zo. Alles is hier verpakt in plastic, zelfs twee appels! Die zitten in een doosje met plastic eromheen. Dat is niet te geloven! Daarom vind ik het ook zo goed dat je moet betalen voor je plastic zakje. En ben ik blij dat er geen plastic rietjes meer verkocht mogen worden. Dat is in Vancouver ook al zo. Maar wat ik nog steeds niet begrijp, is hoe het kan dat Nederland zó mooi is, maar dat er óveral afval is? Als ik in het Zuiderpark kom, liggen er altijd flesjes en blikjes, plastic in de sloot, op de weg, overal! En waarom? Mensen zorgen hier niet voor hun eigen woonplek, dat vind ik heel erg. In Nederland is veel meer zwerfafval dan in Canada. Ik ga ook de discussie aan met mensen. Met studenten in mijn buurt bijvoorbeeld. Als ik mensen iets van zich af zie gooien, zeg ik daar wat van! In Canada krijg je een klap van je moeder als je je zooi van je afgooit. Dat doet elke Canadese moeder. Dát is het verschil! Nederlandse kinderen zijn de meest blije kinderen in de wereld. Misschien wel omdat ze geen klapjes krijgen, haha.’

LID FNV

‘Ik ben net lid geworden van de FNV. Het lidmaatschap van een vakbond is normaal in Canada. Ik ben opgegroeid in een familie van ‘union men’, vakbondsmensen. Ik vind het echt belangrijk om lid te zijn. Het is hier niet verplicht om lid te zijn. In Canada wel: als je de baan wilt, eerst lid worden. En daarna wordt je contributie ingehouden op je loon. In een bepaald percentage, dus echt wel meer dan 19 euro per maand. Ik betaalde iets van 400 euro per maand. Een bond zorgt voor goede regels en een betere werk/privé-balans. In Canada hoef je geen reden voor ontslag te geven als je iemand ontslaat. Ze kunnen dat bij wijze vanwege je haarkleur doen. Maar als je lid van de vakbond bent, zijn er regels: er moet een goede reden zijn om je te ontslaan. Daarom vind ik een vakbond heel belangrijk. Mijn opa’s hebben gevochten voor de vakbond. Zij werkten in vreselijke arbeidsomstandigheden. Een van hen werkte in een kolenmijn en dat is ontzettend slecht werk, waarin ze niet beschermd waren door een bond. Dat is waarom wij zeggen: onze veiligheidsregels zijn met bloed geschreven en onze vakbonden zijn daarop gebouwd.'

TOEKOMST

‘Ik zie mijn eigen toekomst rooskleurig in. Voorlopig blijf ik dit werk wel doen, ongeacht m’n leeftijd. Ik hoop op m’n 55e te kunnen stoppen met werken. Als je goed spaart, kun je stoppen wanneer je wilt. De toekomst van de aarde vraagt om veel meer respect voor het milieu. De Botlek zal enorm veranderen want er zal in 2050 geen olie-industrie meer zijn. Alles wordt elektrisch, maar we moeten nog hard werken om die elektriciteit op te wekken. Het maakt niet uit welke brandstof je gebruikt om energie op te wekken, je uitstoot is altijd CO2 en dat is een enorm probleem. Dat moet stoppen! Maar je kunt niet alleen wind- en zonne-energie opwekken, dat is niet constant genoeg. Je hebt een constante nodig. Een vriendin van me houdt zich bezig met de ontwikkeling van een natriumcentrale, een zoutcentrale. Als je natrium verhit, smelt het en wordt het vloeibaar. Dat kun je opslaan en wanneer je de energie nodig hebt, verwarm je het tot 500 graden en maak je daar stoom mee. Dus dat is heel milieuvriendelijk want de uitstoot is nihil. Maar dat is slechts één nieuwe technologie. Hopelijk kan zo’n ontwikkeling, samen met heel veel andere ideeën de oplossing bieden.’